Wonen: Het te gulzige kind van het mobiliteitsbudget
- Thierry Devresse

- 2 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Founder of MMBB & MBE | Mobility Budget Expert
February 19, 2026

Binnen de “familie” van het mobiliteitsbudget vinden we onder meer de CO₂-emissievrije wagens, gedeelde of gehuurde wagens, aangekochte, gehuurde of gefinancierde fietsen, het openbaar vervoer, cash… en de terugbetaling van huisvestingskosten.
Volgens de huidige wetgeving is de terugbetaling van huisvestingskosten enkel toegestaan indien de begunstigde van het mobiliteitsbudget op minder dan 10 km van zijn hoofdwerkplek woont en medeondertekenaar is van het wooncontract.
De logica is duidelijk: deze personen verminderen, dankzij de nabijheid van hun woonplaats, hun verplaatsingen met meer dan 50 % ten opzichte van de gemiddelde bedrijfswagengebruiker.
Indien alle werknemers zich in deze situatie zouden bevinden, zouden de files quasi verdwijnen en zou het aantal kilometers dat bedrijfswagens jaarlijks afleggen met ongeveer 30 km per dag voor 600.000 voertuigen dalen, wat neerkomt op bijna 4 miljard kilometer per jaar.
Op papier lijkt wonen dus perfect te passen binnen de duurzame mobiliteitsoplossingen. En toch is het net dit element dat bijna unaniem wordt afgewezen. In zijn huidige vorm wordt het door mobiliteitsprofessionals algemeen als onaanvaardbaar beschouwd. Het is het “enfant terrible” van het mobiliteitsbudget, dat soms bijna allergische reacties oproept bij de mobiliteitslobby’s.
Ten onrechte?
Mobiliteitsexperts zijn het erover eens van niet. Zonder in te gaan op die reacties, volgen hier de belangrijkste problemen die dit “probleemkind” met zich meebrengt, samen met pragmatische oplossingsvoorstellen.
1) Mobiliteit die niet langer multimodaal is
Geen enkele mobiliteitsoplossing is op zich volledig: mobiliteit is per definitie multimodaal. Waarom zou dan het volledige mobiliteitsbudget mogen worden besteed aan huisvestingskosten?
De gemiddelde kost van een bedrijfswagen bedraagt ongeveer 850 € per maand. Op minder dan 10 km van de werkplek zouden fiets en openbaar vervoer logischerwijze de voorkeur moeten krijgen en kosten zij doorgaans niet meer dan 120 € per maand per oplossing.
Heel wat werknemers doen hun bedrijfswagen trouwens van de hand wanneer zij geen professionele verplaatsingen hebben, door fiets, openbaar vervoer en deelwagens te combineren binnen een maandelijks budget van ongeveer 250 €.
De terugbetaling van huisvestingskosten zou dus een deel van het budget moeten vrijlaten om het gebruik van duurzame mobiliteitsoplossingen te stimuleren.
👉 Voorgestelde oplossing: het plafond van de terugbetaling van huisvestingskosten bepalen door van het totale budget een forfaitair bedrag van ongeveer 250 € af te trekken, bestemd voor alternatieve mobiliteit.
2) Een te rigide drempel van 10 km
Vandaag kan een werknemer die op 10 km van zijn werkplek woont 100 % van het huisvestingsbudget gebruiken.
Op 10,01 km verliest hij dit recht volledig.
Dit “alles-of-niets”-mechanisme mist duidelijk coherentie.
👉 Voorgestelde oplossing: een geleidelijke afbouw van het beschikbare huisvestingsbudget in functie van de afstand.
Voorbeeld:
10 km: 100 % van het beschikbare huisvestingsbudget (zelfs in dit maximale scenario blijft het forfaitaire bedrag van 250 € beschikbaar voor alternatieve mobiliteit)
11 km: 80 %
12 km: 60 %
13 km: 40 %
14 km: 20 %
15 km: 0 %
3) Telewerk: een voor verbetering vatbare logica
Telewerk van meer dan 50 % laat vandaag toe om huisvestingskosten terug te betalen, aangezien de hoofdwerkplek dan op 0 km van de woning wordt geacht te liggen.
Deze logica is betwistbaar: een werknemer die ’s morgens thuis werkt en ’s namiddags op kantoor, vermindert zijn verplaatsingen niet.
👉 Voorgestelde oplossing: de terugbetaling van huisvestingskosten koppelen aan het aantal volledige telewerkdagen per week, aangezien enkel dan sprake is van een effectieve vermindering van de verplaatsingen.
Voorbeeld:
1 volledige telewerkdag per week: 20 % van het beschikbare huisvestingsbudget
2 dagen: 40 %
...5 dagen: 100 % (zelfs in dit maximale scenario blijft het forfaitaire bedrag van 250 € beschikbaar voor alternatieve mobiliteit)
Conclusie: het verdwijnen van het te gulzige kind
Deze pragmatische oplossingen zijn eenvoudig te implementeren, gemakkelijk te meten en vlot controleerbaar.
Door ze toe te passen verdwijnt het “probleemkind” van het mobiliteitsbudget en kan het eindelijk een volwaardig lid worden van de familie van duurzame mobiliteitsoplossingen, in samenhang en complementariteit met de andere opties.
En wat met de bedrijfswagen?
Is de bedrijfswagen op zijn beurt ook een Het te gulzige kind binnen de mobiliteit?
Zeker niet wanneer hij professioneel wordt gebruikt: in veel situaties blijft hij bijna onmisbaar.
Wel wanneer hij uitsluitend wordt ingezet voor woon-werkverkeer, aangezien hij dan ook ruimte zou moeten laten voor duurzame mobiliteitsoplossingen.
Gelukkig wordt dit probleem binnenkort opgelost. Vanaf dit jaar zullen ondernemingen verplicht zijn een mobiliteitsbudget als alternatief voor de bedrijfswagen aan te bieden, zodat werknemers – in functie van hun persoonlijke situatie – de mobiliteitsvorm kunnen kiezen die het best bij hen past.
Auteur: Thierry Devresse, Expert Mobiliteitsbudget


Opmerkingen