top of page

Mobiliteitsbudget & derdebetalersregeling

Foto van schrijver: Thierry Devresse
Thierry Devresse
15 uur geleden
3 minuten om te lezen

Ik ga hieronder uit van een abonnement voor woon-werkverkeer, toegekend door dezelfde werkgever die het mobiliteitsbudget verstrekt.


Vraag 1 : Verbiedt de wet een derdebetalersabonnement binnen pijler 2?

Antwoord : Neen. Openbaarvervoerabonnementen zijn toegelaten bestedingen; de wet sluit deze betalingswijze niet uit.


Vraag 2 : Verbiedt de wet een derdebetalersabonnement bovenop het budget?

Geen algemeen verbod op het voordeel zelf. De specifieke fiscale vrijstelling vervalt in principe; artikel 10, § 3 bevat een uitzondering.


Vraag 3 : Verbiedt de federale website dit binnen pijler 2?

Neen. FAQ 5.53 bevestigt expliciet dat het mag. Alleen de werkelijke werkgeverskost wordt aangerekend.


Vraag 4 : Verbiedt de federale website dit bovenop het budget?

Geen absoluut verbod. FAQ 8.1 en 8.2 bevestigen de belasting en RSZ-bijdragen, respectievelijk de uitzondering met behoud van vrijstelling.


Conclusie : een derdebetalersregeling is op zich niet verboden.

Binnen pijler 2 is ze uitdrukkelijk toegelaten volgens de federale FAQ. Bovenop het mobiliteitsbudget kan een abonnement eveneens worden toegekend, maar de werkgeverstussenkomst verliest in principe haar specifieke fiscale en sociale vrijstelling, behoudens een wettelijke uitzondering. 



De onderbouwing volgt hieronder.

1. Volgens de wet: binnen pijler 2

Artikel 3, § 1, 8°, b) van de wet van 17 maart 2019 noemt als duurzame vervoermiddelen:

“abonnementen voor het openbaar vervoer voor de verplaatsingen van de werknemer en zijn inwonende gezinsleden”.

Artikel 8, § 2, 2° laat de financiering van duurzame vervoermiddelen via het mobiliteitsbudget toe.

Juridische lezing: deze bepalingen stellen geen voorwaarde dat de werknemer het abonnement persoonlijk moet voorschieten. Ze bevatten evenmin een uitsluiting voor abonnementen die via een derdebetalersregeling worden betaald. Een dergelijk abonnement kan dus binnen pijler 2 worden gefinancierd, binnen het aanbod van de werkgever.

Bron: jouw bijgevoegde consolidatie, wet van 17 maart 2019, artikelen 3 en 8. 01_Mobiliteitsbudget_geconsolid…

2. Volgens de wet: bovenop het mobiliteitsbudget

Artikel 10, § 1 bepaalt:

“De werknemer die het voordeel van een mobiliteitsbudget verkrijgt, kan niet meer genieten van de vrijstellingen bedoeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 9°, a) en b), en 14°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.”

Dit betreft onder meer de fiscale vrijstelling voor de werkgeverstussenkomst in openbaar vervoer. De bepaling ontneemt dus in principe de vrijstelling, zonder de toekenning van het abonnement zelf algemeen te verbieden.

Artikel 10, § 3 voorziet een uitzondering wanneer de werknemer vóór zijn aanvraag:


  • een bedrijfswagen had of recht had op een bedrijfswagen; én

  • tegelijkertijd gedurende minstens drie maanden voorafgaand aan de aanvraag een vrijgestelde vergoeding of een vrijgesteld voordeel voor woon-werkverkeer ontving.


Artikel 10, § 4 bepaalt bovendien dat de bestaande verplichtingen van de werkgever om een verplaatsingsvergoeding toe te kennen ophouden vanaf de eerste dag van de maand waarin het mobiliteitsbudget wordt toegekend.

Conclusie op basis van de wet: een werkgever kan het abonnement bovenop het budget blijven financieren. Voor het behoud van de specifieke fiscale vrijstelling moet de uitzondering toepasselijk zijn. De derdebetalerswijze creëert op zichzelf geen bijkomende uitzondering.

Bron: jouw consolidatie, wet van 17 maart 2019, artikel 10, §§ 1–4. 01_Mobiliteitsbudget_geconsolid…

3. Volgens mobiliteitsbudget.be: binnen pijler 2

FAQ 5.53 behandelt specifiek de integratie van de derdebetalersregeling. Ze bevestigt dat toegelaten openbaarvervoeruitgaven kunnen worden aangerekend, ongeacht de betalingswijze, en bepaalt:

“De werkgever brengt zijn reële kost in mindering van het mobiliteitsbudget.”

Een eventuele overheidstussenkomst mag niet van het mobiliteitsbudget worden afgetrokken. FAQ 5.29 bevestigt daarnaast dat de werkgever rechtstreeks mag betalen, waarna de uitgave op het budget wordt afgerekend. Mobiliteitsbudget Mobiliteitsbudget

Bijvoorbeeld: bij een abonnement van €1.000, waarvan de werkgever daadwerkelijk €800 betaalt en de overheid €200 bijpast, wordt €800 op het mobiliteitsbudget aangerekend. Dit is een illustratie, geen veronderstelling over de toepasselijke subsidiepercentages.

4. Volgens mobiliteitsbudget.be: bovenop het mobiliteitsbudget

FAQ 8.1 behandelt een werkgeverstussenkomst voor openbaar vervoer buiten het budget als loonvoordeel:

“Ze worden dan onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen en belastingen.”

FAQ 8.2 bevestigt het behoud van de specifieke sociale en fiscale behandeling wanneer de combinatie met de bedrijfswagen of het recht daarop al minstens drie maanden onmiddellijk vóór de aanvraag bestond. De website beveelt aan die uitzondering en de betrokken voordelen in de mobiliteitsbudgetovereenkomst te vermelden. Mobiliteitsbudget

FAQ 9.15 preciseert dat het moet gaan om dezelfde vergoeding of hetzelfde voordeel. Ze geeft zelf het voorbeeld van een treinabonnement dat onder die voorwaarden volledig vrijgesteld kan blijven bovenop het mobiliteitsbudget. Een eerder ontvangen fietsvergoeding vormt dus op zichzelf geen basis om een nieuw treinabonnement vrijgesteld bovenop het budget toe te kennen. Mobiliteitsbudget

Opmerkingen


bottom of page